Rechten en plichten in vrijwilligerswerk

Bron: IkWoonLeefZorg

Overweegt u om vrijwilligerswerk te gaan doen? Dan hebt u vast een aantal vragen. Waar kan ik me het beste aanmelden? Wat verwacht de instelling waar ik me nuttig wil maken? Hoe zit het met het tijdsbeslag voor mij? Kan ik zonder opleiding aan het werk beginnen of moet ik eerst geschoold worden? Wie betaalt die opleiding dan? Ben ik verzekerd tijdens het doen van vrijwilligerswerk? Krijg ik een vergoeding voor het werk en/of mijn onkosten?

Het is belangrijk bij uzelf te beginnen: wat wilt u? Bedenk vooraf waarom u vrijwilligerswerk wilt doen. Bijvoorbeeld om mensen te ontmoeten, ervaring op te doen of gewoon uit belangstelling. Hoeveel tijd wilt u besteden en wat voor soort werk wilt u doen? Houdt u van meedenken en initiatief nemen of met uw handen werken? Werkt u het liefst alleen of met een groep? Weet u wat u wilt, ga dan gericht op zoek naar ‘de baan’ die bij u past.

LEVEN rechten plichten 2

Heeft u een keuze gemaakt, dan kan een proeftijd voor beide partijen zinvol zijn. Een organisatie verwacht van u bepaalde vaardigheden. Zij rekent erop dat u uw afspraken nakomt. Maar u heeft als vrijwilliger ook rechten, bijvoorbeeld op begeleiding en bijscholing. Wettelijk is hier weinig voor geregeld. Het is dus belangrijk om duidelijke afspraken te maken. Een vrijwilligerscontract hoeft niet per se, maar zorgt er wel voor dat afspraken duidelijk zijn.

Veel organisaties vergoeden de onkosten van vrijwilligers. Maar dat is niet verplicht. Organisaties mogen zelf beslissen hoe hoog de onkostenvergoeding is.

Informeer of de organisatie waar u werkt is verzekerd tegen aansprakelijkheid en een collectieve ongevallenverzekering heeft afgesloten. Deze verzekeringen zorgen ervoor dat u en/of slachtoffers niet opdraaien voor de kosten van een ongeluk. Is er niets geregeld en wordt u persoonlijk aansprakelijk gesteld voor schade? Dan moet uw eigen aansprakelijkheidsverzekering de kosten vergoeden. Gaat u mensen vervoeren in uw auto? Dan is een inzittendenverzekering onmisbaar. Gaat u advieswerk doen? Let er dan op, dat de club waarvoor u werkt een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft. Deze verzekering dekt de eventuele financiële gevolgen van een beroepsfout.

Soms verplichten organisaties u om een introductiecursus te volgen. En als u al langer vrijwilligerswerk doet, moet u de ruimte krijgen om (gratis) bij te scholen. Maak daar afspraken over. De organisatie kan wel voorwaarden stellen. Bijvoorbeeld dat u een bepaalde minimumtermijn blijft werken. En dat u de cursus terugbetaalt, als u eerder vertrekt.

Tips

  1. Stap naar de organisatie van uw keuze met een duidelijke boodschap. Hoeveel tijd heeft u beschikbaar, wat wilt u doen, wat is uw ervaring? Vraag wat de organisatie u te bieden heeft.
  2. Maak duidelijke afspraken over werkomstandigheden, zoals begeleiding, werktijden en vakantie, onkostenvergoeding, verzekeringen, scholing, inspraak en medezeggenschap. Leg dat vast in een contract.
  3. Aanvaard dat de organisatie eisen stelt, maar accepteer niet dat u alleen het vuile werk opknapt.

Als vrijwilliger kunt u een belastingvrije vergoeding krijgen. Die is maximaal €4,50 per uur. Met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Deze vergoeding hoeft u niet op te geven bij de belastingaangifte. Natuurlijk ontvangt u een vergoeding voor uw gemaakte onkosten. Voor autokilometers bijvoorbeeld, kunt u de kosten per kilometer declareren. Er gelden wel enkele voorwaarden. U moet het werk doen voor een organisatie zonder winstoogmerk. En u mag ook niet in dienst zijn bij hetzelfde bedrijf. U kunt dus geen vrijwilligerswerk doen voor uw eigen baas.

Is uw vergoeding hoger dan €4,50 per uur? Dan bent u geen vrijwilliger. Als de inkomsten niet worden opgegeven, overtreden zowel de vrijwilligersorganisatie als u de wet. De enige oplossing hiervoor is, dat de organisatie u met terugwerkende kracht als freelancemedewerker behandelt. Maar de belastingdienst kan dan ook oordelen dat u eigenlijk in loondienst werkte. In dat geval moet de organisatie uw onkostenvergoeding alsnog als loon uitbetalen, met inhouding van loonheffingen, en u moet de vergoeding opgeven als inkomen uit arbeid.