Kijk op ouderen

 Kijk op ouderen Tilburg

De gemeente Tilburg vindt het belangrijk dat iedereen zo lang mogelijk mee kan doen, ook als men ouder wordt. Daarom organiseerde zij op 7 februari, onder auspiciën van de wethouder voor Zorg, Gezondheid en Sport Erik de Ridder, een middag en avond in het Willem-II-stadion.

Daar stonden gesprekstafels waaraan over verschillende onderwerpen die ouderen raken, gediscussieerd werd. In drie gespreksrondes kwamen aan de orde: gezond en vitaal, passende woning, nieuwe woonconcepten, wijkinrichting, relatie zorgprofessional en mantelzorger/vrijwilliger, mantelzorg/vrijwillige zorg door en voor ouderen, samenwerking zorgprofessionals, financiële ruimte, eenzaamheid.

Aan die tafels praatten met elkaar zorgorganisaties, woningbouwverenigingen, afgevaardigden van de gemeente en organisaties die de belangen van oudere Tilburgers behartigen, zoals de SeniorenRaad Tilburg. Naast die professionals waren uitdrukkelijk ook mantelzorgers en vrijwilligers uitgenodigd.

Doel was om te kijken hoe alle betrokkenen er samen voor kunnen zorgen dat ouderen zo lang mogelijk meedoen en wat daar voor nodig is. De opzet was uitdrukkelijk ook bedoeld om als instelling of gemeente te luisteren naar oplossingen voor de problemen.

Dat het de gemeente ernst is met luisteren naar de inbreng van oudere Tilburgers blijkt ook uit de uitnodiging in ‘De Draad’ om vragen over wat goed gaat, wat beter kan en wat men in de toekomst graag zou willen op te schrijven en in te sturen.

Een paar van onze bestuursleden, Gerard van der Valk, Pablo van der Horst, Frans Wouters en Luuk Verhiel hebben aan deze bijeenkomst deelgenomen. Zij hebben, soms dezelfde, gesprekstafels bijgewoond, maar in verschillende rondes. De gesprekken gingen over de thema’s nieuwe woonconcepten, samenwerking tussen zorgprofessionals en zorgvrijwilligers en mantelzorg en vrijwillige zorg voor en door ouderen. Hieronder een samenvatting van hun ervaringen.

De organisatie van deze avond was prima geregeld. De deelnemers werden in groepen van 25 deelnemers per thema ingedeeld. Al meteen bij de voorstelrondes in de groepen bleek dat de professionele deelnemers in de meerderheid waren. Dit kwam goed in de discussies naar voren. Over en weer wisselden de gesprekspartners duidelijke standpunten en meningen uit. Uiteindelijk sloot zo’n gesprekstafel die af met de conclusie dat alle aanwezigen dezelfde problemen hebben, maar dat de oplossingen heel verschillend kunnen zijn, gezien de diversiteit van de problemen. Organisatieproblemen en het ontbreken van de noodzakelijke middelen kwamen het sterkst naar voren. Ook scoorde informatie en communicatie erg hoog als onderwerp voor de nodige verbeteringen. Veel organisaties, waaronder de Gemeente Tilburg, onderschatten dit probleem. Denk aan ouderen, inwoners van andere nationaliteit, dyslectische mensen, analfabeten en gehandicapten. De gesprekspartners herkende dit probleem en vroegen met klem hier de nodige aandacht aan te schenken.

Aan de gesprekstafel over nieuwe woonconcepten werd een inleiding gegeven vanuit de woningcorporatie T.B.V. Een medewerker van T.B.V. vertelde hoe ze samen met de Wever het oude Koningsvoorde omgebouwd hebben tot een modern wooncentrum voor zelfstandig wonende senioren en wat ze daarbij zoal tegenkwamen.

Een voorbeeld is het overleg met ouderen die moeten verhuizen omdat er eerst een deel van het gebouw gesloopt werd. Maar ook een gesprek met de Wever, die de zorg voor de daar wonende ouderen organiseert en een restaurant exploiteert. De exploitatie van het restaurant is verliesgevend, terwijl de Wever zegt dat ook mensen uit de buurt welkom zijn. Dat stuit op problemen met bewoners over betaling voor bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte. "Waarom moet ik iets betalen voor iets waar ik geen gebruik van maak?". Misschien moet de gemeente hiervoor subsidie geven of de zorgverzekeraar, omdat je kunt aantonen dat ouderen met een voorziening in de buurt minder zorg nodig hebben en dus bespaart zo’n voorziening de gemeenschap geld.

Het aardige was nu dat er in een ronde ook iemand van buurtcentrum de Boomtak bij zat, die zei dat dat wijkcentrum zonder subsidie draait. Wellicht is het mogelijk dat de Wever eens gaat praten met het bestuur van buurtcentrum de Boomtak.

Duidelijk werd dat men zoekt naar een aansluiting met de wijk/omgeving. De Wever zou de communicatie naar de buurt echter beter moeten verzorgen om te bereiken dat het beleid om de ruimte van Koningsvoorden open te stellen voor de buurt, bekend wordt. De Wever moet actiever worden wellicht in overleg met Contourdetwern.

Alleen inzetten van bewoners/vrijwilligers in zo’n buurtvoorziening kan ook weer leiden tot problemen. Inzet van meer professionele ondersteuning lijkt nodig. Die professionals hebben wat meer afstand en kunnen daarom voor de nodige zakelijkheid zorgen.

Naast Koningsvoorde kwam het woonconcept Leyhoeve aan de orde. Daarbij werd aangegeven dat dit project wel heel erg voor mensen met een dikkere beurs is bedoeld. Ook de locatie is wat aansluiting met de omgeving niet echt ideaal.

Een gemiste kans was dat er geen gelegenheid meer was om over andere woonvormen te praten, zoals in Mariëngaarde en bewonersinitiatieven om wonen en zorg voor elkaar te combineren. De gemeente zou wat het laatste betreft een meer actieve rol moeten vervullen.

De tweede gesprekstafel behandelde het thema mantelzorg en vrijwillige zorg voor en door ouderen. Hier ging het met name om de mogelijkheid tot inzet van mantelzorg en wat daar voor nodig is. De discussie volgde op een aantal stellingen die 3 of 4 mensen met elkaar bespraken.

Het uitgangspunt ‘ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen’ bleek niet zo vanzelfsprekend te zijn. Er moet veel meer per individu gekeken worden naar wat iemand nodig heeft en daarop de zorg afstemmen. Je zult in gesprek met de ouderen moeten gaan over wat dit concreet inhoudt op alle terreinen, zoals huisvesting, omgeving, voorzieningen, sociale contacten, eventuele hulp, enz.

Ideaal zou zijn: terug naar het buurtgevoel van de jaren zestig, met als achtergrondgedachte participatie door middel van betere contacten. Nodig is daarvoor: aanpassen van de huidige woonwijken door ze intiemer te maken waardoor dat samenlevingsgevoel kan ontstaan. Zelfs als er woningen verbouwd en/of gesloopt voor dienen te worden!

Duidelijk werd ook dat de verwachtingen van de overheden ten aanzien van de mantelzorg zwaar overschat worden. De vraag kwam aan de orde of je – afgezet tegen het toekomstig beeld van meer ouderen en minder jongeren – kinderen kan verplichten voor hun ouders te zorgen, zoals in Duitsland, of anders wellicht door middel van een maatschappelijke dienstplicht. Men wilde de verplichting nog even niet opleggen, maar wilde wel stimuleren om het gesprek aan te gaan met je kinderen op een vroegtijdig moment.

Een ander punt van aandacht: mantelzorgers zijn daar waar het om senioren gaat zelf al relatief op leeftijd. Het langer thuis wonen maakt de zorg alleen maar zwaarder. Geen echt rooskleuring vooruitzicht.

Ook is een verzwarende factor dat mantelzorgers vaak heel laat om hulp vragen, omdat zij door de bomen het bos van regelingen niet meer kunnen zien en professionele zorg dicht in de buurt ontbreekt.

Een algemene opmerking is nog dat het zinvol was om met zoveel verschillende organisaties over integraal ouderenbeleid te praten, maar het geheel was te veel ingekaderd. De gesprekken leverden zeker genoeg stof op om over na te denken. Voor de gemeente Tilburg en de betrokken organisaties en vrijwilligers zal het nog een hele kluif worden om e.e.a. gerealiseerd te krijgen.